MEDITATIE Nr. 70 MEDITATIE Nr. 70

Protestantse Gemeente Tweestromenland
                                              
Geervliet - Heenvliet - Zwartewaal-Abbenbroek

Heenvliet, 23 juli 2021                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                        Meditatie nr 70
MEDITATIE

Beste mensen

Het was lekker weer deze week. Zonnig. Niet al te warm. Zomers en licht.
Je zou de hevige regen en de overstromingen gewoon vergeten als je hier in je tuintje zit.
Toch kwamen de beelden van de overstromingen bij mij nog regelmatig naar boven.
Een boer op een boerderij die al vanaf 1926 in de uiterwaarden staat. En nu alles ondergelopen.
Zijn melkmachine defect. Zijn land en oogst vervuilt en verwoest. Waar begin je met opruimen?
En hoe kom je deze financiële klap te boven?
Of stel dat inderdaad het water tot 2 meter hoog in je huis heeft gestaan. Wat kun je dan allemaal weggooien, wat is kapot?
Hoe doe je dat met leven, wonen, koken, als je keuken het ook niet meer doet?
Dit is niet van de ene op de andere dag opgeruimd en over.
Tegelijkertijd hoor je van mensen die komen helpen. Wildvreemden die komen schoonmaken. Mensen die met elkaar de schouders er onder zetten.
Zoveel ellende. En tegelijkertijd zoveel samenwerking en hulp.
Mijn ogen vielen op een lied, bij de voorbereiding voor de dienst van zondag. Lied 378: Sterk, Heer, de handen tot uw dienst.
Het bijzondere aan dit lied is dat het teruggaat op een gebed van Ephraim de Syriër uit de vierde eeuw na Christus.
Deze Ephraim is tot op de dag van vandaag een heilige in de Syrisch Orthodoxe Kerk. Ook in de Rooms-Katholieke Kerk is hij een kerkleraar.
Hij werd geboren in 306 na Christus in Nisibis, later Edessa.
Hij was een grote dichter die in een christelijk gezin opgroeide en gedichten schreef in het Syrisch, oost Aramees.
Zijn gedichten werden vertaald in het Armeens en Grieks, en later in het Latijn.
In lied 378 bidt deze Ephraim, en wij in dit lied met hem, om sterke handen bereid tot dienst aan God.
Lippen om te zingen, oren om te horen, ogen om te zien, voeten die op weg gaan: alles op de weg naar God.
Onze zintuigen worden aangesproken door brood en beker, door wat we proeven en ruiken. Onze oren horen de woorden uit de Schriften.
Het is vervolgens aan ons om onze zintuigen en ledematen te gebruiken zodanig dat Gods toekomst naderbij komt.
Eeuwenlang, in diverse landen en culturen, zelfs al heel lang voordat er in onze contreien sprake was van Christendom, hebben mensen zich gesterkt gevoeld, en aan laten spreken door de woorden van God in hun leven.
Dat ook wij nu en hier samen kracht op doen, en krachten bundelen en delen.
Ds. Annet Ravensberg
 
terug